|
Hoofdkenmerk van de oosterse tuin is de precisie. Alles is
doordacht tot in het kleinste detail. Bladvormen en -kleuren vormen de
belangrijkste componenten, aangevuld met een veelheid aan natuurlijke
materialen. Bloemen zijn er nauwelijks, hooguit om de aandacht naar een bepaald
punt te trekken. Rotsblokken zijn een belangrijk stijlelement, evenals grind, bamboeschermen of
-matten, verweerd hout en potterie in sobere kleuren en vormen.
Een oosterse tuin is nooit groot en kan bijna overal gerealiseerd worden, waar
de bodem van nature niet te kalkrijk is. Traditioneel toegepaste beplanting
zoals Japanse esdoorns, varens, kleine naaldbomen, rhododendrons enz. hebben
namelijk een enigzins zure grond nodig, om goed te gedijen. Dit bodemmilieu kan
uiteraard kunstmatig gerealiseerd worden, maar is dan een vrij kostbare
aangelegenheid.
Water speelt ook een belangrijke rol. Een vijver, waarin kleurrijke vissen
leven, of een kabbelend beekloopje, of een combinatie van beiden.
Hoewel een oosterse tuin vrij bewerkelijk is in onderhoud (hij moet er immers
altijd onberispelijk uitzien voor het beoogde effect), kan hij zeer veel
voldoening en rust geven.
|