|
Kenmerkend voor een bostuin is zijn grootte. Hij moet een
behoorlijke afmeting hebben, om het gewenste effect te kunnen bereiken. Hoewel
ook met een kleine tuin al veel kan worden bereikt, als de omgeving zorgt voor
een silhouet van bomen en struiken.
Stijlelementen zijn paden van houtsnippers en beelden en ornamenten, die hier en
daar, nonchalant, zijn gepositioneerd.
In een bostuin groeien voornamelijk bomen. Loofbomen, maar ook naaldbomen, om de
tuin ook in de winter aantrekkelijk te houden. Als onderbegroeiing zijn
lelietjes-van-dalen, hosta's, varens, bosanemonen en rodgersia heel geschikt.
Tulpen, narcissen, krokussen en andere bolgewassen zorgen in het voorjaar voor
een kortdurende kleurexplosie. Een goed aangelegde bostuin heeft een zeer
natuurlijke uitstraling en is tamelijk onderhoudsarm.
Nu en dan wat wieden en snoeien is eigenlijk alles. Men kan de tuin gerust
wekenlang aan zichzelf overlaten. |